Gastronomisch werk: Trek

De omslag van het boek Trek door Charlotte Kleyn.

Trek, dat is een boek van de kleine Kleyn. Niet dat die andere de grote is; die Onno dat is de suffe, de auteur van Nederlands grootste culinaire kletsmajorenboek De Grote Kleyn.

Ondertitel "Eten onderweg toen en nu".

Over Trek kunnen we kort zijn, maar dat doen we niet. Hoofdstuk na hoofdstuk gelul over VOC-schippers, Hanze-schippers, bedevaartgangers en noem maar op. En elk hoofdstuk pagina's gelul over die bedevaartgangers of over die schippers, maar nauwelijks wat over eten. En áls het over eten gaat dan is het kort "Vroeger misschien aten ze..." en daarna een stuk langer "Tegenwoordig eten ze...".

Braakverwekkend geteem à la "Het snoezige stadje Kampen".

Joël Broekaert (Joel Broekbaard) op de achterflap: "gedegen academisch onderzoek". Hahahahahahahaha!!!!!! Die trut Kleyn denkt dat die lui die naar Santiago liepen dat uit vroomheid deden! Dat was een kerkelijke straf, ja. "gedegen academisch onderzoek" mijn kont.
"Wij weten niet zeker hoe de Santiago route liep". Over gedegen wetenschappelijk onderzoek gesproken.
Dat iemand ooit schreef dat je in Spanje van zeelt ziek kon worden. Als je énige culinaire kennis hebt dan schrijf je erbij waar dat verhaal vandaan komt: vieze moddersmaak als je die vis niet eerst "watert". Niks "ziekmakend".
"Sommmige pelgrims sleepten hun eigen kookpotten mee": sodemieter op!

En dan die ontiegelijk truttenmiepige flauwekulrecepten. Platbrood met koolraap van de gril. Paddestoelenstoof met Deventer koek (alsof ze op die VOC schepen paddestoelen of Deventer koek aan boord hadden...). Pelgrimstaart met pijnboompitten en chocola. Coquilles met paprika. Coquilles eeuwen geleden in het Spaanse binnenland, hoe verzin je het. En de paprika zat toen nog in Amerika hoor.

Dat ze in Spanje geen empanadillas hebben, enkel empanadas, en in Amerika wel beide. Flikker op met je gelul. Het is net omgekeerd. Maar ja, je ziet maar weer: in Nederland kan je alles schrijven wat je wil over culinaire zaken, want de lezer heeft er nul verstand van en de schrijver nauwelijks.

VOC schepen. In dat hoofdstuk in kolom 2 "Wat kregen ze te eten?". Volgt zes en een halve kolom geleuter en getrut. Daarna 10 regels over wat ze te eten kregen. Volgen nóg zeven en een halve kolom getrut en gekut. Dat arak van suikerriet werd gemaakt. Je hebt arak tuak, gemaakt van palmwijn, en je hebt arak beras, gemaakt van rijstwijn. Tegenwoordig inderdaad suikerriet, maar zeer zeker niet in de VOC tijd. "gedegen academisch onderzoek", me reet "Hoe krijg ik net als pa zoveel mogelijk culinaire stompzinnigheden aan mekaar geregen..."

Maar nu de limit.
Als er in de laatste eeuwen íets heel erg belangrijks op het gebied van eten onderweg zich heeft voorgedaan, dan is dat de ontwikkeling van fast food en de fastfood ketens. Want dát gebeurde langs de weg. Lees (gedegen academisch onderzoek!) Fast Food, Roadside Restaurants in the Automobile Age (Jakle en Sculle, Baltimore 1999). Rond 1930 zat je niet op de weg voor de lol maar omdat je moest. En eten moest je ook. En snel. En goedkoop. Fast food. En wat vinden we daarover in deze culinaire miskraam? Nul niente.

En nog wat. We gaan op vakantie! Dan eten we in den vreemde! We zijn dan op reis! Maar geen woord hierover. En niks over herbergen in de tijd van de postkoetsen. En niks over karavanserai's, of over ontdekkingsreizen op zee of op het land (als je dan toch over de VOC schepen schrijft).

Een totaal gebrek aan enige culturele kennis of belangstelling, gecompenseerd door foute boekenwijsheid. Te bekrompen om aan de Guide Michelin te kunnen denken. Niks over de TEE waarop fantastisch gegeten werd. Wel veel gezeur over de Oriënt Express, maar niets over de eten- en slapen-essentie erachter, de Compagnie Internationale des Wagons-Lits. Wiki: "The Orient Express acquired its reputation for comfort and luxury, carrying sleeping-cars of the Compagnie Internationale des Wagons-Lits with permanent service and restaurant cars known for the quality of their cuisine", en dat al sinds 1872 (sinds 1926 ook in de lucht).

Als ik het onderwerp zou moeten aanpakken, dan zou ik niet enkel schrijven over móeten eten omdat je reist, maar ook over reizen omdat je wil eten. Gastronomades, Club des Cent... Maar ja; dat weet je allemaal niet als je uit een steuntrekkersmilieu komt...

Als je wat in je mars hebt, dan kan je over het onderwerp echt erg aardig schrijven. Neem Les Dimanches de la Cuisine van Courtine.

De grootste fout in het boek is de titel. Het gaat over (de respectievelijke hoofdstukken) pelgrims, handelsschepen, legers, picknick (picnic ja), joden op reis, landverhuizers, padvinders, restauraties in treinen, de marine, kamperen, en eten in een vliegtuig. Elf onderwerpen waarvan de deelnemer in ruim meer dan de helft van de gevallen geen "trek" heeft, maar gewoon honger.

(Dat mens schreef al eerder een boek, mét haar vader, Luilekkerland, wat ik vol walging bij het oud papier heb gegooid. Zie op deze site onder Kletsmajoren » De Kleine Kleyn.)