Kletsmajoor Onno Kleyn

Aka Otto Kleynejan

"Nu kun je kleine tuinboontjes kopen die je niet dubbel hoeft te doppen." en hij vervolgt met de mededeling dat er later van die grotere komen die je wel dubbel moet doppen. Ik zou zeggen ga eens naar de markt of naar de groenteboer of naar de super om alleen kleine tuinboontjes te kopen. Gelul. Die maten zitten door elkaar, ook in één enkele peul, dus je kan niet selecteren.

Toen Kleynejan dit schreef, 29 april 2021, kocht ik tuinbonem en ik had 1/3 klein, 1/3 middel en 1/3 groot.

Een verhaal in de Johannes van Damp-categorie "Kijk mij eens veel weten".

"In Frankrijk betaal ik met graagte forse bedragen voor kleine aardappeltjes als rattes". De suflul weet niet dat die in Nederland ook op de markt liggen en dan ook nog eens voor heel normale bedragen. En dan Opperdoezers koken en de fijne smaak ervan wegduwen met serranoham of "goede kaas".

En dan dat tot brakens toe vermelden van zijn huis in Frankrijk. "Onze buurboer Cristian...", "Ik trof op de markt in Chablis...", en dan het niet-bestaande "je dégresse" gebruiken daar waar iemand met wél culturele bagage (Dekker, ik...) je divague zou gebruiken. "Kijk mij eens goed Frans spreken", God wat een paardelul. Die zat natuurlijk aan dégraisser te denken, hahahahaha!

"Geachte heer Kleyn; In mijn Larousse Dictionnaire de Français komt 'dégresser' (zoals u vandaag schreef in de Volkskrant) niet voor. Bedoelde u misschien dégraisser? Met vriendelijke groet, P. Aaltjes"
"Geachte heer Aaltjes, Ik scheur mijn klêeren en strooi as over mijn hoofd. Ik bakte nep-Frans vanuit het Engels, 'I digress'. Met vriendelijke groet, Onno Kleyn"
"Geachte heer Kleyn; U bakt ook nep-Nederlands. Het is kleëren. P. Aaltjes"

En de suffe Kleyn hij bakte voort.
"Ik nam kalfskoteletjes". KoteletJES? Die suffe aap heeft nog nooit een kalfskotelet gezien, verdomd. En trouwens: waar gaan die Volkskrantlezers kalfskoteletten kopen? Je kan Goddomme tegenwoordig nog nauwelijks een kalfslapje vinden in de super...

Dat ze in Indonesië kip-saté eten met pinda-saus maar dat ze op Bali die pinda-saus eten bij varkens-saté. Kwaak! Kwaak!
Gaat ie voor saté een marinade maken "maar marineer niet te lang want dan gaat het limoensap het vlees garen". Inderdaad, en je gebruikt dan dus ook geen gember maar gember-siroop.
"Garneer de saté met granaatappelpitjes" flikker op!

Dat je in supermarkten geen kipstukken met bot meer kunt vinden. Flikker op! Poten, drumsticks, vleugels, dij-stukken...
"Botloos vlees is vliegensvlug klaar", jazeker, maar niet omdat het botloos is maar omdat het plat is, ja. Lamsbout mét bot gaart sneller dan zonder bot; dat bot geleidt de warmte.

De mond vol over patrijs, maar het verschil tussen perdrix en perdreau niet kennen, niet weten dat je werkt met jonge patrijs of -heel anders- met stoofpatrijs.

Een cartoon van Peter van Straaten. Man serveert vrouw een bord eten. Man zegt: 'Dit is dat recept van Onno, dus verwacht er niet te veel van.'

Als ik aan Kleynejan denk, dan moet ik altijd denken aan iets wat Schopenhauer schreef. "O, wie wenig muß doch einer zu denken gehabt haben, damit er soviel hat lesen können". Nou heb ik ook erg veel gelezen, maar daarnaast minstens zoveel gekookt, en ook nog minstens zoveel over de hele wereld reizend afgekeken, beluisterd en geproefd. Om over nadenken maar helemaal niet te spreken.

Nu lees ik in Schopenhauer's Parerga und Paralipomena iets vergelijkbaars, onder de prachtige titel Selbstdenken.

"Wie die zahlreichste Bibliothek, wenn ungeordnet, nicht so viel Nutzen schafft, als eine sehr mäßige, aber wohlgeordnete; eben so ist die größte Menge von Kenntnissen, wenn nicht eigenes Denken sie durchgearbeitet hat, viel weniger Werth, als eine weit geringere, die aber vielfältig durchdacht worden. Denn erst durch das allseitige Kombinieren Dessen, was man weiß, durch das Vergleichen jeder Wahrheit mit jeder andern, eignet man sein eigenes Wissen sich vollständig an und bekommt es in seine Gewalt. Durchdenken kann man nur was man weiß; daher man etwas lernen soll: aber man weiß auch nur was man durchdacht hat."

O, en wat verderop lees ik nog wat spannends! Über Schriftstellerei und Stil.

"Zuvörderst gibt es zweierlei Schriftsteller: solche, die der Sache wegen, und solche, die des Schreibens wegen schreiben. Jene haben Gedanken gehabt, oder Erfahrungen gemacht, die ihnen mitteilenswerth scheinen; diese brauchen Geld, und deshalb schreiben sie, für Geld. Sie denken zum Behuf des Schreibens. Man erkennt sie daran, daß sie ihre Gedanken möglichst lang ausspinnen und auch halbwahre, schiefe, forcierte und schwankende Gedanken ausführen, auch meistens das Helldunkel lieben, um zu scheinen was sie nicht sind; weshalb ihrem Schreiben Bestimmtheit und volle Deutlichkeit abgeht. Man kann daher bald merken, daß sie um Papier zu füllen schreiben"


Ik schreef trouwens vroeger ooit al een een verhaal over Kleynejan. Zie hier (deze en volgende in nieuw venster). Zie de eerste aflevering van die serie hier.