Notenolie of niet

Werumeus Buning citeert in 100 Avonturen met een Pollepel uit verzen van Ronsard. Die prijst olijfolie aan voor over de sla, "olie uit de Provence". Ronsard wijst het gebruik van walnotenolie af. En als azijn prijst hij wijnazijn gemaakt van rosé. Als "vinaigre rosart" tenminste wijnazijn van rosé is. Ronsard maakt na de olie en de azijn de sla "wit met zout, op vele delen".

Curnonsky heeft het ook niet zo op walnotenolie. In Cuisine et Vins de France schrijft hij ergens "gewone olie, of desnoods notenolie".

Maar over smaak valt niet te twisten. In Cuisine Périgourdine wordt notenolie juist aangeprezen, voor over de salade. Er wordt daar ook mayonaise van gemaakt, met geperste knoflook erdoor.

Ikzelf doe notenolie, walnoot maar soms ook wel hazelnoot, over een salade met rauwe stelen van eekhoorntjesbrood erdoor. Die combinatie vindt Courtine ook mooi. En hij bakt stelen in notenolie, om er de hoeden mee te kunnen vullen. Met Roquefort en groene olijven. In de oven ermee.

(Misschien dat dat afwijzen van notenolie te maken heeft met het feit dat het erg makkelijk ranzig wordt. Je mag het dus niet gebruiken in een houten sla-bak.)