Champignons de Paris

Daar struikelen veel culi-schrijvers over, terwijl het zo simpel is. Champignon is paddenstoel of schimmel. Champignon de Paris is champignon. En Champignon de pied is voetschimmel.

Heet ook wel Champignon de couche, van bed, van kweekbed dus, gekweekt dus en dat meestal in grotten of (Parijs!) catacombes. In Les Recettes de Marie-Louise Cordillot heet het de ene keer naar Parijs (Champignons de Paris à la bourguignonne) en de andere keer naar die bedden (Cocotte de champignons de couche). Geen idee. Vrouwen mochten niet in die grotten komen, want er waren geen toiletten, men deed zijn behoefte tussen de bedden, en menstruerende vrouwen verpestten zo de boel. In Nederland lees je soms "grotchampignons". Flauwekul.

Een opmerking over dat "champignon is paddenstoel". Onder champignons vallen weer niet de zwammen (elfenbankje-achtig spul) noch de cèpes, de boleten. Zwammen, dat zijn Champignons lignivores, hout-etende. Wij eten wel Indonesische muizenoortjes, maar geen lokale zwammen, net zomin als in Frankrijk, op één zwam na, de oesterzwam. In Spanje hakken ze populieren voor in de bouw, mooi recht zijn die, en die laten ze een jaar liggen. Oesterzwammen plukken!

Maar goed, champignon de Paris vertaald als Parijse champignons. Onuitroeibaar.

(In Trôo, waar Elizabeth David gewoond heeft, en waar je een enorm goede charcutier had, woonden de Troglodieten, holbewoners. Die kweekten ook champignons.)